2017

Reeks zeefdrukken in permanentie bij ART PARTOUT, samen met werk van: David Byrne, Dirk Braeckman, Fred Bervoets, Christo, David Claerbout, Jan De Cock, Marlene Dumas, Koen Delaere, Jan Fabre, Koen Fillet, Keith Haring, Jeff Koons, Hans Op De Beeck, Panamarenko, Boy & Erik Stapaerts, Antoni Tapies, Luc Tuymans. ART PARTOUT – Antwerpen, curated by Bart Van Acker en Gert Junes.

 

2016-2017

‘UITBLINKEND DOOR AFWEZIGHEID 2’, curated by Frank Maes, EMERGENT Veurne. Drie solotentoonstellingen : Jean-Marie Bytebier, Eric Colpaert en Lukas Vandenabeele.

“Elk werk van Eric Colpaert plaatst je, nu eens heel direct en manifest, dan weer voorzichtig en subtiel, in het spanningsveld tussen hier en daar, tussen dingen of motieven die heel vertrouwd lijken, en het totaal andere of onvoorstelbare. Via de altijd fijngevoelige, verleidelijke esthetiek van zijn werk nodigt de kunstenaar ons uit om die tussenwereld te verkennen.”

 

2016

Opbouw van verschillende installaties in tijdelijk atelier (mei – september, Sint-Gillis/Brugge).

 

2014

Toont een reeks nieuwe tekeningen aan Frank Maes, artistiek coördinator EMERGENT – Veurne.

“In de Gentse Akademie, in de les tekenen naar levend model bij Werner Cuvelier, gaf je aan dat je dat nauwelijks kon. Je vroeg of je, in de plaats daarvan, louter fantasie op papier mocht zetten. Dat kon. Zo ben je destijds begonnen met tekeningen te maken. Franz Kafka schreef dat zijn meest fantastische reis zich afspeelde aan een tafel, met een wit blad papier voor zich.

Van zodra je op een wit blad papier meer zet dan een punt of een streep, schep je de illusie van iets driedimensionaals. Je verlangt er naar een ruimte te creëren waarin je thuis kan komen. Maar door het gemis aan een resultaat dat voldoende rust of voldoening schenkt, tracht je die ruimte via het toevoegen van gleuven, gelaagdheden of perspectiefveranderingen telkens opnieuw te verkennen en/of te doorboren. Omdat je verlangen naar het ultieme nooit bevredigd wordt, leidt dit altijd tot ofwel een verder perforatie, ofwel het begin van een nieuwe, gedagtekende creatie. De resulterende tekeningen ogen op het eerste gezicht helder, eenvoudig en min of meer vertrouwd. Maar de ruimte is niet homogeen: ze laat zich nooit vangen in een systeem. De gepresenteerde constructies lijken gewichtloos. Voor je het weet glijdt elk houvast je door de vingers en ga je aan het dolen…//…Dans l’Académie à Gand, pendant la leçon modèle vivant chez Werner Cuvelier, tu indiquais que ce fut difficile. Tu as demandé si tu pouvais, au lieu de cela, dessiner la fantaisie. Ce fut possible. Ainsi, tu commençais à réaliser des dessins. Franz Kafka écrivait que son voyage le plus fantastique se déroulait à une table, avec une feuille blanche devant lui.
Dès que tu mets plus qu’un point ou une ligne sur papier, tu crées l’illusion de quelque chose de tridimensionnel. Tu aspires à créer un espace où tu rentres chez toi. Mais par le manque d’un résultat satisfaisant, tu essaies d’explorer à chaque fois cet espace en ajoutant des changements de perspectives.
Vu que ton désir de l’ultime n’est jamais satisfait, cela mène toujours ou bien à une perforation ultérieure ou bien au début d’une nouvelle création. A première vue, les dessins résultants semblent clairs, simples et plus ou moins familiers. Mais l’espace n’est pas homogène: il ne se laisse jamais capter dans un système. Les constructions présentées semblent sans poids. Avant de le savoir, tu perds tout point de repère et tu t’égares (Frank Maes p. 12 Bezoekersgids/Guide Visiteurs ‘UITBLINKEND DOOR AFWEZIGHEID 2’ 2016-2017).

 

2012

Stopt lesopdracht aan Sint-Lukas Brussel – LUCA I School of Arts. Hernieuwde focus op eigen werk.

 

2010

‘Vispoortplein’, Kampen (Nl.). Workshop met studenten post-graduaat: Rosa Druijven, Bas Kools, Lobke Meekes. Masters: Eric Colpaert Beeldend Kunstenaar, Michael van Gessel Landschapsarchitect en Peter de Kimpe Scenograaf en Vormgever. Opdracht en coördinatie: ‘Het Instituut’ Amsterdam, algemene leiding Johan Wagenaar.

‘Conceptvoorstel dorpsplein Noordschote’, Noordschote/Loo (WVL. – B.) in opdracht van Provincie West-Vlaanderen/Provinciale Gebiedsgerichte Werking.

 

2009

‘Wat is de toekomst van een verlaten stukje Europa?’, Monsaraz, Alentejo – Zuid-Portugal. Samenwerking met projectontwikkelaar Jean-Paul Derveaux (B.) en Philips Eco Vision Program (Nl.).
“Hoe kunnen de kwaliteiten van een betoverende sterrenhemel maximaal ingezet worden voor de plaatselijke economische, politieke en culturele structuur van het stadje Monsaraz en omgeving?”

 

2008-2011

Stedenbouwkundige planvorming, Zwolle (Nl.). Contract van 3 jaar om mee te denken met de ontwikkeling van het stadsuitbreidingsgebied Stadshagen/Zwolle.
Lid van het Kernteam STADSHAGEN +, met o.a. Gijs van den Boomen (Director urban design, landscape, architecture – Kuiper Compagnons – Rotterdam), Kristian Koreman (CEO ZUS/Zone Urbane Sensible – Rotterdam), ir. Patries Haberer (projectmanager 2008-2009), Peter Prak (projectmanager 2009-2010) en de Gemeente Zwolle.

Doel van mijn opdracht: “integratie van stedenbouw en kunst waarbij kunst vanaf het begin onderdeel is in het stedenbouwkundig planproces en waarbij ook nadrukkelijk de uitwerking van de voorstellen wordt opgepakt in overleg met bestaande en toekomstige bewoners”. Omvang van het project: 16 km², 20.000-30.000 bewoners, 12.000 woningen met alle bijhorende voorzieningen (winkels, diensten, spirituele gebouwen, sportaccommodatie, landschapselementen, parken, wegen, pleinen, openbaar vervoer, zwembaden etc.).


2005

‘Préparations d’une Apparition de la Vierge Marie’, filmproject op locatie te Eggewaertskapelle/Veurne. Scenario, decor, regie & camera (muziek: Robert Fripp).

 

2003

‘ZIEL/Kunst op locatie’, Theologische Faculteit Kampen, Kampen (Nl.). Workshop met studenten Akademie Constantijn Huygens, in opdracht van de Studium Generale ArtEZ Hogeschool voor Kunsten Arnhem, Enschede en Zwolle.

 

2000

‘Conceptvoorstel Dorpsplein Wulpen’, Wulpen/Koksijde (B.), in opdracht van het Gemeentebestuur van Koksijde.

‘Brugge, nette stad/Brugse plekken voelen’, omgevingsproject met schooljongeren, Brugge (B.). Workshop met leerlingen van de Middenschool ‘Oefenschool’ te Brugge. Curated by Johan Debruyne.

“Geregeld worden leerlingen van de Brugse Middenschool ‘Oefenschool’ met eigentijdse beeldende kunst in contact gebracht. Vaak betekent dat voor jongeren van 13 een verrassende, bevrijdende en inspirerende ervaring. Een tijd geleden werd Eric Colpaert, architect-beeldend kunstenaar en docent, gevraagd om met een kleine groep Brugse schooljongeren in hun eigen stad aan het werk te gaan. Voor dit omgevingsproject gaf Colpaert (°Tielt 1959) ze een kaart van Brugge. Hij vroeg ze elk een kwadrant voor hun rekening te nemen, en er geregeld heen te gaan, er te toeven, de plek te ervaren, het positieve en het negatieve ervan en er een soort dagboek over bij te houden. Enkele keren trokken ze er ook samen heen. Ze leerden vooral hoe kleine dingen een plek leefbaar kunnen maken (Johan Debruyne p. 3 in EXIT cultuurmagazine n° 66 juni 2000)”.

 

1999

‘Masterplan Millenniumproject Groot-Koksijde’, Eerste Prijs Vlaamse Gemeenschap afdeling Bos en Groen voor een landschapsproject/groenstructuur verspreid over de gemeenten Wulpen, Oostduinkerke, Sint-Idesbald en Koksijde. Wedstrijd tussen een 80-tal Vlaamse Steden en Gemeenten.

‘Conceptvoorstel Astridplein’, Oostduinkerke (B.), in opdracht van het Gemeentebestuur van Koksijde.

Uitbreiding ‘lesopdracht Sint-Lukas Brussel – LUCA I School of Arts, docent (Assistent AOA) Studie van de beeldelementen 1ste jaar Fotografie.

 

1998

‘Kunst in de Kerk’, Nationale Kerkendag, Kampen (Nl.). Groepstentoonstelling en workshops met o.a. Joseph Semah Beeldend Kunstenaar en studenten van de Akademie Constantijn Huygens/ArtEZ. Curated by Johan Wagenaar Beeldend Kunstenaar en Studium Generale ArtEZ Hogeschool voor Kunsten Arnhem, Enschede en Zwolle.

‘De Derde Incubatiegolf/Third Incubation Wave’, 18 incubatieplekken verspreid over het grondgebied Loppem/Zedelgem (B.). Groepstentoonstelling met o.a. Fabrice Hybert, Anne-Mie Van Kerckhoven, Jean-Luc Moulène, Leo Copers, Mirjam de Zeeuw, Marc Goethals en Honoré d’O. Curated by Roland Patteeuw/KUNSTHALLE LOPHEM.

 

1996

‘De Huid van de Witte Dame’, Centrum voor design, informatie en technologie, Eindhoven (Nl.). Groepstentoonstelling met o.a. Johan Van Geluwe, Ingrid Cornelissen, Mynke Buskens, Heri Dono, Rossi & Rossi. Curated by Arctic Foundation/Eindhoven.

 

1995

‘La Condition Humaine’, De Witte Zaal, Sint-Lucas Gent (B.). Groepstentoonstelling met o.a. Dirk Braeckman, Raf Buedts, Jan Carlier, Mario De Brabandere, Berlinde De Bruykere, Willy De Sauter, Danny De Vos, Christof Fink, Paul Gees, Ria Pacquée, Koen Theys, D.D. Trans, Johan Van Geluwe, Annemie Vankerckhoven, Luc Van Soom, Mark Verstockt. Curated by Philip Van Isacker, Marck Verstockt en Prof. A. De Moor.

 

1994

‘Traject’, Kunst in 16 werfkelders aan de Utrechtse Oudegracht, Utrecht (Nl.). Groepstentoonstelling met Ron Bernstein, John Blake, Marinus Boezem, Groenewoud/Buij, Frank Halmans, Loes van der Horst, Toine Horvers, Hans Leutscher, Frank Mandersloot, Miranda Rikken, Joke Robaard, Ines den Rooijen, Marc Schepers, Giny Vos. Curated by Cor Blok.

 

“Het werk van Eric Colpaert bevindt zich wel aan de werf, maar niet in een kelder.
Het bestaat uit één foto op formaat 123 x 80, waarvan de voorstelling snel beschreven is: vanaf een brug giet de kunstenaar een emmer water leeg in de gracht. De foto hangt tegen een zijwand van de loggia waarmee hete magazijn van de lampenwinkel ‘De Duif’ uitkomt op de Oudegracht. Bij deze loggia leggen de boten aan die gebruikte dozen en dergelijke afvoeren, en er staan wat spullen in die bij de bedrijfsinventaris horen. Vanaf deze plek kijkt men op tegen de hoge kademuur aan de overkant, in het seizoen bekroond door terrasjes, en wie aan de waterkant gaat staan, kan even verderop net zo’n soort brug zien als op de foto. De foto hangt zo, dat de gefotografeerde gracht evenwijdig lijkt te lopen aan de werkelijke gracht, alsof de muur van de loggia zelf ook weer een brug is waar men onderdoor kijkt.
Eric Colpaert is niet ingegaan op de specialiteit van de Oudegracht, de onderaardse ruimte van de werfkelders, ofschoon het hoogteverschil, de afstand tussen beneden en boven, zowel op de foto als op de locatie aan de orde is. De kijker staat in beide gevallen beneden, in de betrekkelijke beslotenheid en rust van de werf en het door werven begrensde wateroppervlak. Beneden wordt met boven verbonden door het vallende water.
Het magazijn van ‘De Duif’ ligt aan het drukste gedeelte van de gracht, in een gebied dat volledig beheerst wordt door het winkelbedrijf. Op straatniveau hebben de onderhuizen – en de huizen hier dateren uit alle mogelijke perioden, van de middeleeuwen tot de 19de eeuw – alle plaats gemaakt voor glazen winkelpuien in een kakafonie van stijlen. Langs de waterkant staan kraampjes met bloemen, snuisterijen en exotische hapjes ten een achtergrond van wegwijzers naar nog meer culinair en ander vermaak voor wie afdaalt naar de werf. Straatjes en steegjes die als de spaken van een wiel uitkomen op de bocht van de Oudegracht lozen voortdurend méér publiek op een traject waar men toch al geen drie meter door kan stoten zonder iemand tegen iemand met een boodschappentas op te botsen. Het hele gebied is één grote, slecht gecoördineerde markt waar alle mogelijke soorten koopwaar tegen elkaar vloeken en schreeuwen. Elk begin van orde wordt onmiddellijk door tientallen stemmen weersproken: het woord is aan het detail.
Toch kan middenin zo’n pandemonium iets gebeuren dat al die hoogst individuele pretenties uitschakelt en de verschillen op een hoop veegt als niet tere zake doend, al begrijpt niemand precies hoe dat in zijn werk gaat. Degene die de gebeurtenis voltrekt allerminst: de bloemenkoopman, die een moment met zijn rug naar het publiek staat om over de brugleuning achter zijn stalletje een emmer verbruikt water in de gracht leeg te gieten, weet niet beter of hij doet iets volkomen functioneels, iets zonder diepere betekenis, waar niet bij nagedacht heeft te worden. Dat water moet weg, en de man volgt, net als het water zelf, de weg van de minste weerstand. De plons waarmee het in de gracht neerkomt, gaat verloren in het algemene lawaai.
Toch heeft daar even een waterkolom in de lucht gehangen die nergens toe diende, niet om bloemen fris te houden en niet om rondvaartboten drijvende te houden; een uit water gevormd lichaam dat niet meedeed. De bloemenkoopman heeft zich allang weer naar de voorbijgangers gekeerd van wie hij het moet hebben. Hij weet niet dat hij met zijn simpele handeling de wereld een fractie van een seconde heeft stilgezet (Cor Blok, p. 26 catalogus)”.

“Een paar kelders verderop legt de Vlaming Eric Colpaert (1959) uit waarom hij zo onder de indruk van een Utrechtse bloemenman raakte, en prompt een foto van een waterwerpende man in zijn kelder ophing. Het was stralend weer toen hij in de Oudegracht op verkenning ging, overal zaten mensen op terrassen, fietsers fietsten doorlopend wandelaars net niet doormidden, kooplui riepen in het rond, en opeens gebeurde het: de bloemenman op de brug kiepte zowaar een emmer met water in de gracht. Niemand die het zag, niemand die de glorieuze zwaai van armen en van water in gewenste harmonie wist te duiden. Behalve Colpaert: “De plons waarmee het water in de gracht neerkomt, gaat verloren in het algemene lawaai. Toch heeft daar even een waterkolom in de lucht gehangen die nergens toe diende, niet om de bloemen fris te houden en niet om rondvaartboten drijvende te houden; een uit water gevormd lichaam dat niet meedeed. De bloemenkoopman heeft zich al lang weer naar de voorbijgangers gekeerd, van wie hij het hebben moet. Hij weet niet dat hij met zijn simpele handeling de wereld een fractie van een seconde heeft stilgezet (Arend Evenhuis in TROUW 16 mei 1994).”

Wendt zich meer en meer af van het kunstgebeuren.

 

1993

‘9eme Bourse d’Art Monumental d’Ivry’, Centre d’Art Ivry/Galerie Fernand Léger, Ivry-sur-Seine – Parijs. Groepstentoonstelling met Luc Deleu (B.), Erik Jan Deykman, Gereon Lepper (D.), Francisco Ruiz de Infante (ES.), Danielle Vallet Kleiner (F.). Curated by/commisaire d’exposition Thierry Sigg.

‘Eric Colpaert ruimtelijk werk, projecten, tekeningen’, Sint-Lukasgalerij Brussel (B.). Individueel. Curated by Bieke Demeester/ Sint-Lukasstichting.

‘Kontakt ‘93/Skulpturen’, Städtische Parkanlagen Klinkeshöfchen U. Josephine-Koch-Park, Eupen (B.). Groepstentoonstelling met Guillaume Bijl, Jacques Charlier, Luc Coeckelberghs, Patrick Corillon, Berlinde De Bruykere, Luc Deleu, Ann Veronica Janssens, Jacques Lizene, Bernd Lohaus, Jean Marc Navez, Guy & Monica Rombouts-Droste. Curated by Francis Feidler/ Internationales Kunstzentrum Ostbelgien.

“Exodus in ein unaussprechliches Universum: Eric Colpaert ist gelernter Architect, doch er löst die Raum-Zeit-Thematik auf eine völlig andere Weise. Der Betrachter nimmt Objekte wahr, die auf den ersten Blick verblüffend einfach sind, ihn aber mit ihren Licht- und Windspielen der Orientierung berauben (Francis Feidler p. 9 Katalog)”.

‘ZKM’, Zentrum für Kunst und Medientechnologie, Karlsruhe (D.). Artist in Residenz. Op uitnodiging van Jeffrey Shaw (AUS), Leiter des Instituts für Bildmedien.

 

1992

‘Synergie/Jonge kunst uit het Gentse’, Opus Operandi, Gent (B.). Groepstentoonstelling met Jean-Marie Bijtebier, Dirk Braeckman, Peter Buggenhout, Hugo De Baere, Berlinde De Bruykere, Hugo De Leener, Hugo De Leener, Karel De Meester, Carlo Mistiaen, Wim Vanderplaetsen, Jan Van Oost en Christian Verhelst. Curated by Piet Vanrobaeys.

“Van opleiding architect verkiest Eric Colpaert de beeldende kunst als uitdrukkingsvorm. Hij zoekt de menselijke condities te hertekenen van een wereld die radicaal overgeleverd is aan de myopie en de onomkeerbaarheid van haar hyperbeschaving. De leefruimte op mensenmaat is het individuele antwoord op het besef van een bemoeizieke en overbezette omgevingswereld waar de natuur als onnatuurlijk anachronisme niet eens meer de pijnprikkels van haar verlies vermag over te dragen.
Eric Colpaert roept de schuldigen niet ter verantwoording, noch wil hij de dwazen de spiegel van hun zelfbedrog voorhouden of de leugenachtige schijn der dingen bekrassen met de arabesken van de ironie. Hij kiest voor het leven, voor een modus vivendi die steunt op het weten, op de suggestieve kracht van een herwonnen spiritualiteit en het nastreven van de rust en de integriteit van een door sublimatie beheerste werkelijkheid. Hij nodigt ons uit tot mentale perceptie door de ruimtes van deze wereld opnieuw te bekijken en hun subtiele veranderingen te registreren met de scherpe opmerkzaamheid van de verwondering die we verleerden maar ooit als kind hebben gekend. Hij heeft weet van het chaotisch reservoir van de menselijke libidineuze energie dat onophoudelijk tot (creatieve) daden voert. De als verlangensmachine geprogrammeerde mens (vgl. Duchamps vrijgezellenmachine met de kunst als bruid) vormt een uitgangspunt voor de installatie met de roterende TL-lampen die, op verschillende hoogtes en met verschillende snelheden en zich onderling verplaatsende assen, de tragiek thematiseert van het onvermogen tot toenadering, maar ook van het obsessieve (de cirkel) en de blinde continuïteit van deze pogingen in een eindeloos generende energiestroom.
Verderop staat/hangt een labyrint uit lichte en diafane voile, een structuur van intieme kamers en verbindingen, die zachtjes beroerd worden door de luchtstroom die we zelf hebben verwekt…. (Piet Vanrobaeys, p.12 catalogus)”.

‘De Campagne/Kunst in de Openbare Ruimte’, Stroom – Haags Centrum voor Beeldende Kunst, Den Haag (Nl.). Groepstentoonstelling met o.a. Andrea Blum, Harmen de Hoop, Toine Horvers, Philip van Isacker, John Knight, Arno van der Mark, Norbert Rademacher, Q.S. Serafijn, Raoul Teulings. Niet gerealiseerde plannen: Toine Horvers, Joep van Lieshout/Klaar van der Lippe, Hermann Pitz, Egied simons en Harry Vandevliet. Curated by Lily van Ginneken – directeur Stroom hcbk en KOR/Bureau Kunst in de Openbare Ruimte Stroom hcbk – Jan Wijle, Nico Zwart en Arienne van Staveren).

“Toen Colpaert voor De Campagne werd benaderd, wilde hij een werk maken dat inspeelt op de negentiende-eeuwse neo-renaissance architectuur van de oud-kolonialen en vooral op de sfeer van het mysterieuze Nederlands-Indië die tussen de stille straten en in de gesloten interieurs gevangen zit. Hierbij waren Louis Couperus’ romans De Stille Kracht en Eline Vere van invloed op het idee van Colpaert. De Archipelbuurt vormt het decor van veel van Couperus’ verhalen. Colpaert wilde echter niet al te letterlijk refereren aan Couperus en diens personages en hij stelde voor om een houten gebouwtje te maken met een draaiende ventilator. De ventilator vult de ‘Cabane’ met een sterke luchtstroom en stuwt deze door de kieren naar buiten. Rondom het huisje is de krachtige wind zichtbaar en voelbaar als een herinnering aan vervlogen tijden.
(De eerder door de kunstenaar gekozen locatie op het Nassauplein werd afgewezen door de gemeentelijke Welstandscommissie uit angst voor ‘aantasting van het stadsbeeld’; de bewonersorganisatie vond het werk ‘absurd, wezensvreemd en disharmonisch’).
When Colpaert was approached to participate in The Campaign, he particularly wanted to make a work that played on the nineteenth century neo-renaissance archtecture tot he old colonials and especially on the atmosphere of mysterious Netherlands East Indies that is imprisoned between the quiet streets and the closed interiors. Louis Coupers’ novels De Stille Kracht (The Silent Force) and Eline Vere influenced the ideas of Colpaert. The Archipel neighbourhood was the decor for many of Couperus’ stories. However, Colpaert did not want to refer too literally to Couperus and his characters and he proposed making a little wooden building with a working fan. The fan fills the ‘Cabane’ (the Cabana) with a strong stream of air and forces this outside through the cracks. The strong winds are visible around the little house and tangible as a memory of times past.
(The initially chosen site at the Nassau square was rejected by the city’s commission fort the external appearance of buildings due to fears that the work would ‘affect the townscape’; the residents organisation found the work to be: ‘absurd, alien and not harmonious’).
(p. 30 & p. 212 stroom hcbk – 5 jaar kunst in de openbare ruimte/5 years art in public space 1990 – 1995)”.
“In het verleden hebben we een project georganiseerd in de Archipelbuurt. Die staat bekend als keurig. Eric Colpaert had daar een Indisch huisje gebouwd. Bewoners hingen er kranten omheen en beschilderden het met leuzen dat het weg moest. Daar is zelfs bij Sonja Barend over gediscussieerd (Kunst schrikt nog steeds erg af. Rutger Pontzen interviewt Lily van Ginneken, de Volkskrant 17 januari 2005)”

‘Kunstwerken verworven door de Vlaamse Gemeenschap in 1990-1991’, Museum van Deinze en de Leiestreek, Deinze (B.). . Groepstentoonstelling met ‘Zonder titel of YL’ & bijhorende ontwerptekeningen Inv. BK 5862. Curated by Flor Bex, samenstelling van de Vlaamse Commissie voor de Beeldende Kunst: Ludo Bekkers, Flor Bex, Piet Coessens, Theo Claes, Jan Dewilde, Willem Elias, Jan Hoet, Florent Minne, Roland Patteeuw en Willy Van den Bussche.

‘Woord en Beeld in de Belgische Kunst van A tot Z’, Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (B.). Groepstentoonstelling met o.a. Fred Bervoets, Guillaume Bijl, Marcel Broodthaers, Jacques Charlier, Leo Copers, Luc Deleu, Wim Delvoye, Denmark, Danny Devos, Daniel Dewaele, Jan Fabre, Filip Francis, Jef Geys, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, René Magritte, Marcel Mariën, Guy Rombouts-Monika Droste, Walter Swennen, Narcisse Tordoir, Anne_Mie Van Kerckhoven, Jan Vanriet, Jan Vercruysse. Curated by Florent Bex & Jan Kenis.

Aanvang ‘lesopdracht Sint-Lukas Hogeschool Brussel – LUCA I School of Arts’, praktijklector Studie van de Beeldelementen 1ste, 2de, 3de jaar & docent cursus ‘Inwijding in de Hedendaagse Kunst en Architectuur – afdeling Binnenhuisarchitectuur (later: Interieurvormgeving) en assistent Fotografie, atelier Beeldelementen 1ste jaar Fotografie.

 

1991

‘Eric Colpaert: tekeningen 1985-1987’, Beursschouwburg, Brussel (B.). Individueel. Curated by Jan Florizoone.

“Een paar schoenen, een bed, een gordijn, een huis, een tekstballon, een meisjesnaam, een stad, zijn mogelijke basiselementen van het werk van Eric Colpaert. Hij haalt ze uit hun vertrouwde omgeving en plaatst ze in een heldere installatie. Hier staan ze niet langer als concreet voorwerp, maar lijken zich te bewegen in een andere dimensie (Jan Florizoone).
Colpaert knoopt aan elk model een filosofisch discours vast, dat een pleidooi inhoudt (de kern) van de dingen. (…) In een reeks op strakke architectuur gebaseerde tekeningen stelt hij de Leegte en een Magrittiaanse onzichtbare ander kant (of wereld) centraal, in composities die de intrinsieke menselijke vervreemding thematisch uitbeelden (Luk Lambrecht, geciteerd uit Knack Weekend 1988).
Op de opening van de tentoonstelling werden ‘Anemic Cinema’ uit 1926 en de interviews met Marcel Duchamp: ‘Jeux d’échecs’ en ‘Marcel Duchamp dans ses propres mots’ getoond.”

‘Antichambres’, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel (B). Groepstentoonstelling met Mark Goethals, Koen Theys. Curator by Dirk Snauwaert.

“Meermaals krijgt men bij de objecten en situaties van Eric Colpaert de onuitwisbare indruk zich door ruimtelijke intervallen te bewegen, zonder te beschikken over een relatief uniforme beweging als referentiekader. De globale indruk is een mengeling van versnellings- en vertragingsexperimenten. /…/ De procedure van Colpaert beantwoordt niet aan de veronderstelling dat er naar een begin moet worden gezocht. Dit zou alles doen verstarren in een statische verklaring volgens het model van causaliteit in de natuurkunde. Er is geen begin. Er is een redenering op gang gebracht die zich niet uitsluitend van ‘waarneming’ bedient, er zich niet krampachtig aan wil vasthouden, maar de behoefte uitdrukt de ‘werkelijkheid’ op alle betekenisniveaus te kennen. /…/ De objecten stralen in hun constructieve geaardheid op het eerste gezicht eenvoud uit. Doch dank zij die grijpbaarheid, spaarzaamheid, integratie en economie van beeldende middelen voelt men de niet inmengende nieuwsgierigheid. Het is misschien een poging Taoïstisch receptief te zijn en dus de dingen zichzelf te laten zijn. Dit betekent niet dat Colpaert zich onbetrokken voelt tijdens zijn onbevangen en scherpziende vereenzelvigingen met zich transcenderende onderscheidingen./…/
De ontwikkelingen in het oeuvre van Eric Colpaert kunnen letterlijk en figuurlijk worden uitgedrukt als een toename van het begrip dimensies en als de mogelijkheid om objecten en situaties te transporteren van de ene toonaard (het concreet waarneembare) naar de andere. /…/ De ideële proporties tussen de samenstellende delen blijven niet gefixeerd, maar worden in ruimte en tijd verplaatst. Het unieke oriëntatiepunt is opgeheven. Wat overblijft is een beweeglijke, speculatieve impuls, die in superieure, empirische denkbeelden dissociërende uitstapjes waagt (‘Eric Colpaert: de exodus naar het onbenoembare universum’, Wim Van Mulders p. 3 & p. 8 catalogus).

Les objets et installations d’Eric Colpaert nous donnent souvent l’impression ineffaçable de se mouvoir à travers des espaces sans qu’un mouvement régulier puisse servir de point de référence. L’impression globale mêle les expériences de l’accélération et du ralentissement. /…/ La manière de procéder de Colpaert ne présuppose pas de commencement. Cela pétrifierait tout dans une explication statique selon le modèle de causalité de la physique. Il n’y a pas de commencement. Un mode de raisonnement a été élaboré qui ne se sert pas exclusivement de la ‘perception’, qui ne veut pas à tout prix s’y accrocher, mais qui exprime la nécessité de connaître la ‘réalité’ à tous ses niveaux de signification. /…/ A première vue les objets dans leur nature constructive expriment la simplicité. Toutefois leur caractère palpable, l’intégration et l’économie des moyens plastiques révèlent une curiosité distante. C’est peut-être une tentative d’être Taoïste, de se montrer réceptif et de laisser les choses être ce qu’elles sont. Cela ne veut pas dire que Colpaert ne se sente pas concerné lorsqu’il s’identifie avec spontanéitié et clairvoyance aux distinctions transcendantes. /…/ Les différentes évolutions dans l’oeuvre d’Eric Colpaert peuvent être exprimées aux sens propre et figuré, comme une amplification du concept de dimensions et comme la possibilité de transposer des objets et des installations d’une tonalité (la perception concrète) à l’autre. /…/ Les proportions idéales entre les parties ne restent pas fixes, mais sont transportées dans le temps et l’espace. Le point d’orientation unique est abandonné. Ce qui subsiste est une impulsion en mouvement qui, dans des concepts empiriques de dimension supérieure, se permet des échappées dissociantes (‘Eric Colpaert: l’exode vers l’univers ineffable’, Wim Van Mulders p. 23, p.27 & p. 28 catalogue)”.

‘Galerie Steven Lingbeek’, Arnhem (Nl.). Individueel. Curated by Steven Lingbeek.

‘Tekeningen van Beeldhouwers’, Domein ‘De Ceder’, Deinze (B.). Groepstentoonstelling met Paul Van Gijsegem, Gino Pecqueux, Johan Clocheret. Curator by Paul Van Gijsegem & Werkgroep Kunst in De Ceder.

‘Kunst in Vlaanderen, Nu – Een keuze uit tien jaar aankopen van de Vlaamse Gemeenschap’, Museum Deinze en de Leiestreek. Groepstentoonstelling met ‘Zonder titel of YL’. Curated by Flor Bex and Leen De Backer.

‘Artedomani/Punti di Vista’, Ex Ospedale di San Matteo, Spoleto (I.). Groepstentoonstelling met o.a. Eric Duykaerts, Ria Pacquée, Gladstone Thompson, Mauro Benetti, Antonio Pazzaglia, Costas Varotsos, Manfred Jade, Anne Veronica Janssens, Cesare Pietroiusti. Curated by Marcella Anselmetti,Catherine Arthus Bertrand, Aldo Lori and Dirk Snauwaert.

“Een reeks afdrukken van voetstappen op lijn, iets te ver uit elkaar staand en afdrukken van grote geschoeide voeten, een ietsjete lomp zelfs, te weinig elegant om zomaar een metafoor te zijn van een vluchtige aardse passage, is het werk van Eric Colpaert. De lichtgevende afdrukken staan er, referentieloos, als symbool in zich besloten, los van een literaire context. Symbool voor wat? De grotere metafoor ontbreekt.
Bij de confrontatie met Eric Colpaerts werk duikt de indruk op dat men te maken heeft met onderdelen van en veel groter geheel, een universum waarvan de samenhang onduidelijk is maar zich waarschijnlijk reveleert aan de auteur. De alles behalve naar het banale verwijzende sculpturen hebben iets van onderdelen van een esoterische machinerie of paranormaal verschijnsel. Ze duiden of appeleren aan het ontcijferen van onderdelen van Borghesiaanse labyrinten of het ontrafelen van een ‘machine celibataire’, de kennis die men erbij opdoet leidt niet tot praktische gevolgen maar zoekt enkel het zelf te bevredigen.

Una serie di orme di passi allineati, un po’ troppo lontani l’uno dall’altro e le orme di grandi piedi calzanti scarpe, un po’grossolani, troppo poco eleganti per essere una metafora, un veloce passaggio ‘terreno’, é il lavoro di Eric Colpaert. I passi luminosi sono senza riferimento come simboli racchiusi, distaccati da un contesto letterario. Simbolo di cosa? La grande metafora è assente. Nel confronto con il lavoro di Eric Colpaert nasce l’impressione che si ha a che fare con particolari di un più grande insieme, un universo la cui coesione è poco chiara ma che è dipendente probabilmente dall’autore. Tutt’altro che banali le sculture indirizzate hanno un qualcosa nei particolari di meccanismo esoterico o evento paranormale. La spiegazione si riferisce al decifrare i particolari dei labirinti Borghesiani o lo sfilacciare di una ‘macchina celibataria’. La conoscenza che si acquista non porta a conseguenze pratiche ma cerca solamente la propria soddisfazione.
A set of foot-prints in line, a little too far apart, and prints of large shod feet, somewhat crude, not elegant enough to be a metaphor, a rapid ‘earthly’ passage, is the work of Eric Colpaert. The luminous prints have no reference, are like enclosing symbols, detached from a literary context, a symbol of what? The great metaphor is missing. Face to face with the work of Eric Colpaert, one gets the impression that one is dealing with details of a larger whole, a universe whose cohesion is not clear but which probably depends on the author. Far from being banal, the abovementioned sculptures have something of the details of an esoteric mechanism or paranormal event. The explananation refers to deciphering the details of Borghesian labyrinths or the unravelling of a ‘celibatarian machine’. The knowledge acquired does not lead to practical consequences but seeks only its own satisfaction (Dirk Snauwaert p. 71, p. 72, p. 74 catalogus)”.

‘Op Water Gebouwd’, openluchttentoonstelling in de vesten van Goes (Nl.). Groepstentoonstelling met Marinus Boezem, Connie Dekker, Ann Veronica Janssens, Gereon Lepper, Thorvaldur Thorsteinson, Mathias Wagner K, Jeroen van Westen. Curated by Jan van Westen/advies Frank De Maeght.

“Werken op locatie is voor Eric Colpaert gevolg geven aan een uitnodiging. Hij engageert zich met de plek of de aangereikte problematiek en gaat het avontuur aan.
Zo bracht de aanwezigheid van het water in de stedelijke context hem tot ‘Il y a trop de monde’. In een stad zijn voortdurend veranderingen merkbaar. De stad werkt als een machinerie, waarbij de cultuur wild om zich heen grijpt en de natuur verdringt. Zo kwam hij tot het rad dat steeds in beweging is. Het is uit zijn context gehaald, geen onderdeel meer van een watermolen en kan zijn autonomie volledig uitleven. Het stamt echter uit een andere wereld. Waar we het nog aantreffen is het zelfs als archeologisch, anachronistisch teken nog steeds indrukwekkend.
Bij dit kleine rad is de roestvrij stalen constructie duidelijk en koel spiegelend zichtbaar, maar de schoepen, de handpalmen, die lucht en water mengen zijn bijna immaterieel. Van hetzelfde doorschijnend materiaal zijn de silhouetten, vertegenwoordigers van de massa, maar tegelijkertijd wachters, gezanten en zoekenden. Zij zijn gegrepen door het waterrad, zien het als en parel die met respect bejegend moet worden, omdat het getuigt van een andere wereld. Het voelbaar maken van die andere wereld is een constante in zijn werk, een romantisch idee, dat wordt tegengesproken door de aard van het werk. Het rad draait genadeloos door, bekommert zich niet om wat er met de mensen gebeurt. Zij zullen de molen rakelings passeren. Twee werkelijkheden schuiven over elkaar. Het romantische wordt aangevochten door het dramatische, klinische van de molens. Het rad beweegt en er is een rotatie tussen het rad en de anonieme toeschouwers die in het water staan. Op de oever kijken we toe.
The presence of water in an urban setting inspired Eric Colpaert to ‘Il y a trop de monde’. He regards the city as a machine that devours everything crossing its path. That is the reason why he made an autonomous water-wheel revolving mercilessly in its stainless steel construction. The blades that mix air and water are almost immaterial. The same transparent material was used fort he silhouettes: representatives of the masses, but also envoys, guards, searchers. They have been caught by the wheel and regard it as a pearl which should be treated respectfully because it bears testimony to another world.
In Eric Colpaert’s work the other world is central. It is a reality that should be made visible and perceptible. It is a romantic idea contradicted by the dramatic nature of the work. The moving wheel and the other movement: between the wheel and the anonymous lookers-on standing in the water. On the bank we are watching (Jan van Westen p. 24 catalogus)”.

‘Kunst in Vlaanderen Nu/Een keuze uit tien jaar aanwinsten van de Vlaamse Gemeenschap’, Museum van Hedendaagse Kunsten Antwerpen (B.). Groepstentoonstelling met o.a. Willem Cole, Leo Copers, Thierry De Cordier, Raoul De Keyser, Wim Delvoye, Honore d’O, Fred Eerdekens, Jan Fabre, Jef Geys, Marie-Jo Lafontaine, Bernd Lohaus, Ria Pacquee, Panamarenko,Narcisse Tordoir, Luc Tuymans, Patrick Van Caeckenbergh, Jan Vercruysse, Liliane Vertessen. Curated by Flor Bex and Adviescommissie Vlaamse Gemeenschap.

 

1990

‘Onvoltooid Tegenwoordige Tijd’, Centraal Museum Utrecht, Utrecht (Nl.). Groepstentoonstelling met Marius Boender, Luc Deleu, Gerard Hali, Albert Hien, Toine Horvers, Tadashi Kawamata, John Körmeling, Joep Van Lieshout, Irini Schrijer, Egied Simons, Arjanne Vanderspek, David Veldhoen, Johan Wagenaar, Rudi Vandewint. Curated by ‘de Adviescommissie voor Beeldende Kunst’ met Ben Dirkse, Tom Eyzenbach, Titus Nolte, Jan van Grunsven, Theo Harteveld, Cilly Jansen, Madeleine van Lennep,Hans van Lunteren, Eja Siepman van den Berg, Fred Wagemans, Tine van de Weijer and Hans Schopping van het Centraal Museum.

“Eric Colpaert laat tijdens zijn wandelingen door de stad – voorzien van een toeristische gids – de omgeving op zich inwerken, registreert plekken die hem treffen, en vat deze op als symptomen van een ‘metafysisch bestaan’ van de stad, plaatsen waar een netwerk van geheime samenhangen aan de oppervlakte komt. Colpaert beleeft de stad, waar hij precies als alle anderen vrij toegang heeft, als een raadsel.
Worden zijn voorstellen uitgevoerd, dan zien de vaste bewoners zich geconfronteerd met plaatselijke wijzigingen in het vertrouwde stadsbeeld, variërend van blootgelegde fragmenten van een onvermoede spoorlijn en een zwart huis zonder ramen en deuren tot lichtstrepen op de schoorstenen van de PEGUS. Wensen ze zich nader te verdiepen in deze ingrepen, dan ligt aan de (gewijzigde) informatiebalie in Hoog Catharijne een gids klaar die hen wegwijs maakt in de gewijzigde situatie: bewoners worden toeristen in eigen stad (Cor Blok p. 14 ‘O.T.T. vijftien imaginaire projecten voor Utrecht’)”.

‘De Rijksakademie 1986 – 1990’, Terugblik op vier jaar nieuw beleid, een evaluatie – Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam. Presentatie met Suzanne Drummen, Titia Ex, Henri Jacobs, John Stevenson, Berend Strik, Ab van Hanegem, Hans van Houwelingen, Ton Zwerver. Evaluatie Ole Bouman, coördinatie Gerrie van Noord/Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

‘Galerie Fons Welters’, Amsterdam (Nl). Individueel. Curated by Fons Welters.

“Werk van Eric Colpaert, die nu bij mij debuteert, had ik gezien op de zomerpresentatie van de Rijksakademie. Daar toonde hij één sculptuur met een kwaliteit waarvan ik kon zeggen: dit is nou wat je noemt ‘goede kunst’. Dit beeld had iets wat je niet kon vatten, iets mysterieus, alsof het kunstwerk terugkeek. Ik vind het belangrijk om enige regelmaat nieuwe kunstenaars te laten zien, ik blijf er wakker van. Het houdt mij alert en de kunstenaars waarmee ik werk ook. Ik vind dat je als galerie je gezicht moet durven laten zien, altijd risico’s nemen, niet alleen op safe spelen (Fons Welters in art i, Kwartaaltijdschrift van de Maatschappij Arti et Amicitiae April/mei 1990 p. 85)”.

‘First Blossom’, Arte et Amicitiae, Amsterdam (Nl.). Groepstentoonstelling met Henri Jacobs, Mitsy Groenendijk, Vinh Phuong, Paul Perry, Jurriaan van Hall, Ben Zegers, Erik Fens, Wolfgang Spanier. Curated by Arte et Amicitiae.

‘Unnatural Acts’, Beuningen (Nl.). Groepstentoonstelling met Sarita Dev, Tjong Ang, Ruud Bloemheuvel, Connie Dekker, Paul de Reus, Agnes Roelofse, Elisabeth Stienstra, Theo Schepens, Joris Wille, Paul De Reus. Curated by Thom Puckey.

“Het beeld is hier, in de tuin, ‘achtergelaten’ door de kunstenaar, een opname van een moment. Wij, de kijkers, zijn ook onderweg in deze tuin en ontmoeten daar dit beeld.
Dat geldt voor alle beelden die we zien, maar voor dit beeld misschien speciaal, omdat het een mededeling doet die even persoonlijk als simpel en herkenbaar is.
Die mededeling is: een meisjesnaam geciseleerd in glas. Het is een daad van liefde en misstaat niet in een park: eeuwenlang hebben mensen de naam van hun geliefde in bomen gekerfd (een uiting van liefde die soms langer stand hield dan die liefde zelf).
Een naam in glas is toch ook anders dan een naam in een boomstam: glas is breekbaar, teer.
Overdag is dit beeld niet erg opvallend: het is te zien maar moeilijk leesbaar.
’s Nachts, als alles geheimzinnig is in de tuin, straalt het werk, de naam, verlicht door neon, als niets anders: een stralend bewijs van breekbare liefde voor wie wakker is terwijl de wereld slaapt.
Als Sneeuwwitje in haar glazen kistje, zo ligt de geliefde daar: wel én niet aanwezig, echt én niet echt, vredig én dramatisch, dichtbij en toch veraf, in fysieke vorm (de naam) maar niet aanraakbaar.
Een ode aan ‘die ferne Geliebte’ (Philip Peters p. 11 catalogus)”.

‘Overbruggen’, Leiden (Nl). Groepstentoonstelling met Auke de Vries, Luc van Soom, Marinus Boezem, Krijn Giezen, Jan van Munster, Fred Eerdekens, Marijke van Warmerdam, DENMARK, Luc Deleu. Curated by Flor Bex, Jan Willem Bruins, Ben Walenkamp and Doris Wintgens (Conservatrice Stedelijk Museum ‘De Lakenhal’ te Leiden (Door onvoldoende fondsen is deze tentoonstelling niet kunnen doorgaan).

‘Tentoonstellingsarchitectuur van de permanente collectie/zomeropstelling’, Stedelijk Museum De Lakenhalle, Leiden (Nl.). Opdrachtgever Jetteke Bolten-Rempt en Doris Wintgens/Conservator ‘De Lakenhal’).

‘Vivre dans le vent est le destin de….’, Centre d’Art Contemporain Le Creux de l’Enfer, Thiers (Fr.). Individueel. (Curated by Laurence Gateau, directrice ‘Le Creux de l’ Enfer (door onvoldoende fondsen is deze tentoonstelling niet kunnen doorgaan).

 

1989

‘Departures , Kavallerie Kazerne, Amsterdam (Nl). Groepstentoonstelling met o.a. Luca Forocolini, Miltos Manetas, Alex Hartley, Jürgen Voordeckers, Loes Groothuis, Carolien Scholtes. Curated by: Studium Generale Rijksakademie van Beeldende kunsten Amsterdam).

‘De Zoen van Vlaanderen’, Delft (Nl). Groepstentoonstelling met Denmark, Ingrid Castelein, Wim Vanderplaetsen, Jean-Marc Navez, Philip Van Isacker, Christ Michiels, Lut Lenoir, Bruna Hautman, Wilfried Huet, Luk Van Soom. Curated by Claire Beke.

‘Effets de Miroir’, Informations Arts Plastiques Île-de-France (IAPIF), Espace Austerlitz, Parijs (Fr.). Groepstentoonstelling met o.a. Dieter Appelt, Cécile Bart, Daniel Buren, Alain Fleischer, Jochen Gerz, Dan Graham, Esther Hess, Alfredo Jaar, Edmund Kuppel, François Morellet, Michelangelo Pistoletto, Wolfgang Robbe, François Yordamian. Curated by Michel Nuridsany, Yvette Sautour, Thierry Sigg and Serge Goldberg.

“On peut se voir dans le miroir, on peut se regarder.
J’ai vu des dessins et des photos montrant un miroir qu’on peut fermer en employant un panneau à glissière. J’en ai vu dans la Maison Schröder, construite par Gerrit Rietveld à Utrecht (1924). Le guide qui m’a montré et fait visiter la maison m’a dit qu’on pouvait fermer le miroir pour restreindre sa vanité. Selon moi, un miroir fermé exite la fantaisie, de même qu’un miroir non fermé dans une chambre vide. Qu’est-ce que la fantaisie? Un des passages vers un autre monde, un autre niveau, une des façons de s’introspecter?
Un poème dont j’ai oublié l’auteur et le titre décrit une certaine identification et individuation par le reflet.
Dans quelques-uns de mes projets, j’emploie le miroir comme porte créant un passage. Il y a quelque chose à voir avec un élargissement de la conscience et suggère que la réalité ne finit pas avec le point fugitif. C’est un point entre différents niveaux de l’existence qui permet de penser, de voir, de reconnaître (dans le sens le plus large du terme) les métaphores grâce auxquelles on peut survivre.
J’emploi parfois dans mes projets ou dans mes installations un autre miroir parabolique comme ceux qu’on voit dans les magasins etc. et qu’on utilise pour repérer les voleurs. Avec ce genre de miroir, j’essaie de montrer (et introduire) un champ non-euclidien, espace courbe. Un microcosmos, un ‘Aleph’. Comme dans les magasins, c’est un miroir qui regarde (si je peux m’exprimer ainsi). On perd un peu de son identité, la vie privée est en danger dès qu’on aperçoit ce miroir accroché au mur, espionnant les couloirs. Et la demi-sphère qu’on voit parfois dans les magasins des stations-service à côté des autoroutes, c’est une personne en plus. Une présence.
La pièce que je montre, dans l’espace du port d’Austerlitz pendant les mois de septembre et d’octobre 1989 a pour titre ‘Les Promeneurs’. Trois panneaux posés sur trois paires de chaussures s’appuient contre le mur. Les objets se trouvent côte à côte avec un espacement de 16 cm. On se voit dans le vague reflet du verre. On voit aussi l’arrière-plan de la salle et tout ce qui se passe derrière ou juste à côté de soi-même. Et soudain on se voit regarder, on a pris la place du reflet. Il y a une sorte d’autoréflexion mais surtout une démultiplication de l’individu (perte de sens de soi-même), une ambiguïté. On devient l’éminence grise de soi-même, l’autre qui voit, qui questionne, qui critique, qui met en doute ses propres actes. Il y a la doublure. Mais peu à peu, on se trouve hors de ce champ de reflets et on voit son être sur les pavés (qui regarde son reflet) et son reflet qui regarde son sujet. On se trouve sur un troisième plan.
L’espace entre ces trois positions, c’est celui-là qui m’intéresse (Eric Colpaert p. 195 – p. 196. Effets de Miroir, Textes choisis et présentés par Michel Nuridsany)”.

‘Aula 5’, Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam (Nl.). Groepstentoonstelling met o.a. Dora Garcia. Curated by: Studium Generale Rijksakadmie van Beeldende Kunsten.

‘Low Lands to London’, University of London/Goldsmiths’ Gallery, London (GB). Groepstentoonstelling met Tiong Ang, Marieke van Diemen, Suzan Drummen, Patrick Vanden Eynde, Arnoud Holleman, Henri Jacobs, Jans Muskee, Pekka Niskanen. Curated by Professor Nick de Ville, director of Postgraduate Research in Visual Arts, Goldsmith.

 

1988

‘Kunstcentrum Carlos Demeester’, Roeselare (B). Individueel. Curated by Carlos Demeester.

‘Jeune Peinture Belge’, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel (B). Groepstentoonstelling.

‘Galerij De Lege Ruimte’, Brugge (B). Individueel. Curated by Johan Vansteenkiste & André Willocx.

‘Beelden Buiten’, Tielt (B). Groepstentoonstelling met o.a. Sybille Berke, Hilmar Boehle, Gereon Lepper, Heike Pallanca, Wolfgang Robbe, Patrick Van Caeckenbergh, Ann Veronica Janssens, Guy Rombouts, Philippe Van Snick. Curated by Dirk Snauwaert.

“Zijn achtergrond ligt in de architectuur. Zijn vormgeving is daar geweldig door beïnvloed. Eric Colpaert verbindt die met een ideeëngoed dat veel naar de alchemie neigt. Zijn installatie in de tuin presenteert zich als twee deuren die openen op twee verschillend waargenomen realiteiten. Een miniatuurbeeld van de installatie staat als een spiegelbeeld op het andere deel dat op reële grootte gemaakt is. De deuren opeen op tweemaal hetzelfde beeld, zo verwijzend naar een wereld in de vierde dimensie, die niet rationeel kan beschreven worden, een spirituele wereld waar tijd en ruimte anders waargenomen worden (Dirk Snauwaert, persbericht)”.

‘Realisme in Zoetermeer’, Zoetermeer (Nl). Groepstentoonstelling met Chris Baaten, Guillaume Bijl, Luc Deleu, Ange Leccia, Jorgen Leijenaar, Bob Negrijn, Plumcake, Anne en Patrick Poirier, Richard Di Rosa, Roberto Ruggiu. Curated by Waling Boers, Suzanne Oxenaar and Stoop & partners/cultural affairs.

‘Beelden voor Blinden en Zienden’, Kortenhoef (Nl). Groepstentoonstelling met o.a. Marina Abramovic, Chris Baaten, Carina Janssens, Hans van Houwelingen, Paul Perry. Curated by Suzanne Oxenaar and Guda Stoop & partners/cultural affairs.

‘Kunst op School/Tegen en Tussen de Muren’, Onze-Lieve-Vrouwinstituut – Pulhof, Berchem (B.). Individueel + workshops met leerkrachten plastische, dramatische en muzikale expressie en hun leerlingen. Curated by Wim Van Mulders and Anny Vandermeulen.

‘Hotel Siru/Kamer 409’, Hotel Siru, Brussel. Groepstentoonstelling met werk in situ. Curated by Christine Vuegen.

 

1988-1990

Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Amsterdam, Artist-in-residence ‘2 years’.

 

1987

‘TUSSEN IN’, Kunstencentrum ’t Kanaal, Kortrijk (B). Groepstentoonstelling met Ann Veronica Janssens, Paul Gees, Ludwig Vande Velde, Filip Francis, Patrick Van Caeckenbergh, Jan en Paul Schietekat, Sofie Standaert.

 

1985-1988

Koninklijke Akademie voor Schone Kunsten Gent, Beeldhouwkunde.

 

1985-1987

Instituut voor Socio-Culturele Promotie St. Lucasacademie Gent, Normaalleergang.

 

1983-1984

K.U.Leuven, Departement Architectuurwetenschappen.

 

1978-1983

Hoger Architectuurinstituut Sint-Lucas Gent, Architectuur.